Tags

8 april 2012. St.Willibrordkerk, Utrecht. Christos voskrjesje! Russische folklore ensemble Zarjanka o.l.v. Irina Raspopova m.m.v. Grigorij Bogomolnyi (accordeon). Programma: Deel 1. Religieuze muziek (met o.a. Christos voskrjesje! Miroe zastoepnitsa, Stradalnaja maty, Alieluja, Oj ty, kel’ja moja), Deel 2. Kozakkenliederen (met o.a. Oj vjeniki, Koeda ljetisch’ty koekoesjetsjka).

Op zichzelf heeft de Utrechtse Willibrordkerk al voldoende aan zijn eigen kleuren om een nieuwkomer te verrassen. Op eerste paasdag kreeg de rijkversierde kerk nog extra kleur door een optreden van het folklore ensemble Zarjanka onder leiding van de Russische zangpedagoge Irina Raspopova. Al bij de ingang viel het oog op de tafel met een met grote bloemen bedrukte sjaal en vrolijk beschilderde Russische prullaria. Overal in de kerk liepen de in authentieke Russische kostuums gestoken ensemble leden. De concertbezoekers keken hun ogen uit naar de vrouwen in klederdracht van de Zuid-Russische regio’s en de mannen in Koeban-Kozakken tenues.

In een ruim 1,5 uur durend programma zong het kleurrijk geklede gezelschap van 12 zangers geestelijke en wereldlijke volkliederen uit Zuid-Rusland, gevolgd door traditionele Kozakkenliederen en liederen van Russische zigeuners. Eén voor één authentieke onbewerkte liederen, gezongen volgens eeuwenoude tradities die nog in stand worden gehouden in de Kozakken-dorpen en door de na de 17e-eeuwse vervolgingen overgebleven groepen Oudgelovigen. De Zarjanka-liederen werden door Irina Raspopova en haar man, de Amerikaanse antropoloog Jovan Howe, verzameld tijdens de expedities door Zuid-Rusland, en werden bewust niet ‘gearrangeerd om aan bepaalde smaak tegemoet te komen’. Het programmaboekje waarschuwde voor dissonanten en nasale klanken die voor westerse oren wellicht heel vreemd zouden klinken.

Deze slideshow heeft JavaScript nodig.

De open, uit volle borst gezongen klanken, met veelvoudige overgangen van borst- naar kopregister en het gebruik van falset passen inderdaad niet bij klassieke standaarden van ‘mooi’ zingen. Maar wat is ‘mooi’? Voor mij klonken ze mooi in hun natuurlijkheid en eerlijkheid. Misschien komt het door de herinneringen aan de zang van mijn familie. Er was altijd een reden om te zingen: een verjaardag, bruiloft, begrafenis of een bezoek van een ver familielid. Als kind keek ik gefascineerd toe hoe er uit het niets de meest gecompliceerde liederen ontstonden. Het was meestal mijn tante, gezegend met een dijk van een stem, die de eerste regel inzette, de anderen vielen na een paar maten in, steeds op andere toonhoogte, vrij improviserend over de hoofdmelodie. Het lied groeide, werd steeds krachtiger en mondde tot een vier-vijf-zes-stemmige polyfonie uit. Niemand van deze zangers had een muziekopleiding of zanglessen gevolgd, maar ze voelden moeiteloos alle octaven, kwinten en tertsen aan, en wisten hoe ze een melodie met versieringen konden verfraaien, een kooradem toepassen, een bourdon verplaatsen of hoge bovenstemmen toevoegen. Keer op keer maakten ze met hun ongeschoolde stemmen meesterwerkjes, rijk aan boventonen, complexe patronen en vrije improvisaties. Ik keek altijd zwijgend toe hoe ze met hart en ziel in de zang opgingen. Zelf durfde ik nooit mijn stem toe te voegen, bang dat het niet zo ‘mooi’ zou klinken.

De zang van het uit Nederlanders bestaande folklore ensemble Zarjanka voegde zich bij de herinnering aan de stemmen van mijn inmiddels bijna allemaal overleden familieleden en familievrienden. Er zijn geen opnames en geen foto’s uit die tijd overgebleven, en zelfs de herinneringen over de stemmen en feestelijke vreugde die de samenzang met zich meebracht waren bij mij al lang vervaagd. Totdat het ensemble Zarjanka begon te zingen. ©OlgadeKort/RMiN, 2012.

► zie ook: Uitgelicht: Zomercursus Oud-Russische dorpszang.

Advertenties