Tags

12 januari 2012, 20:00 / De Nederlandse Opera, Amsterdam. Igor Stravinsky (1882-1971). De nachtegaal en andere fabels. Muzikale leiding Xian Zhang, regie Robert Lepage. Residentie Orkest. Koor van De Nederlandse Opera.

Misschien viel het me nooit eerder op, maar Igor Stravinsky lijkt op dit moment de meest gespeelde Russische componist in Nederland te zijn. Alleen al in januari werden zijn Pastorale voor viool, hobo, althobo, klarinet en fagot, Concertino voor strijkkwartet, Koraalvariaties op ‘Vom Himmel hoch da komm’ ich her’ naar J.S. Bach, Mis, Scherzo fantastique en De Nachtegaal en andere fabels geprogrammeerd. Februari biedt concertbezoekers nog meer Stravinsky: met Histoire du soldat, Suite italienne, Vuurvogel, Petroesjka, Orpheus, Symfonie in drie delen, Le sacre du printemps wordt het een echte Stravinsky-maand. En het jaar is pas begonnen.

Ik ben benieuwd of er ons nog opvallendere uitvoeringen staan te wachten dan de nieuwe productie van de Nederlandse opera. De vindingrijke enscenering van De Nachtegaal en andere fabels creëert de meest feeërieke en fantasmago-rische Stravinsky wereld die je zich kunt voorstellen, vol acrobaten, schimmen-spelers, de vijver in de orkestbak, Chinese marionetten, speels zwemmende draken, de voor de vossen biechtende hanen, vliegende nachtegalen, de beenderen van de dood en de tot hun nek in het water gedompelde zingende koorleden. Stravinsky’s voorliefde voor theatrale en carnavaleske kennende, kun je zich makkelijk voorstellen hoe de componist gegrinnikt zou hebben bij de uitvoering van Pribaoetki, Vier Russische boerenliederen, Wiegenliedjes van de kat en het burleske De Vos. Misschien zou hij – helemaal in de geest van de tijd – zelfs geroepen hebben – ‘Ooo, it is so me!’ :))

Inderdaad, het is ‘zó Stravinsky’. Dankzij de werkelijk onzinnige teksten (die in de Engelse en Nederlandse vertaling gelukkig niets van diepzinnigheid mee-gekregen hebben) en epaterende minimalisme van de muziek kregen deze vocale miniaturen ooit vernietigende kritieken van de Sovjet musicologen. Ze waren razend over de misvorming van het volkskarakter van de Russische muziek. In tegenstelling tot de Russische folklore puristen werd de keuze voor de liedteksten bij Stravinsky niet bepaald door een ‘zinvolle inhoud’ maar door het opvallende ritme van woorden en lettergrepen die op zichzelf al als muziek klonk. Nu, honderd jaar later, zit ik in Amsterdam met veel plezier te luisteren naar wat vroeger de ‘respectloze omgang met folklore’, ‘het vermoorden van zangerigheid’ en ‘het uitbannen van melodie’ werd genoemd. De solisten en het koor weten het ‘formalistische experimenteren’ tot ‘een vrolijke voorstelling met zang en muziek’ te maken, precies zoals de componist het voor ogen had. Veel plezier beleef ik vooral aan de ritmische accentuatie van klanken en letter-grepen door het orkest, wat voor mijn collega’s uit de vorige eeuw gelijk aan de ‘uitval van verbindingen en eenheid van de melodische lijn’ stond. Volgens mij hebben ze de muziek van Igor Stravinsky nooit in hun leven gehoord.

Na de pauze (die ik bij de met water gevulde orkestbak doorbreng, nieuwsgierig naar het ingewikkelde netwerk van slangen, kabels, trossen en zeilen) wordt de boerenkledij door de lange en kleurrijke Chinese gewaden vervangen. De uit-bundige vrolijkheid van de kleine vocale werken voor solisten en koor maakt plaats voor de verfijning van De nachtegaal. Geen Russische fabels meer, maar de sprookjesachtige oever van de zee, het dobberende visserbootje en de nachtegaal die zijn zelfs voor de dood onweerstaanbare lied begint te zingen. De betoverende stem van bij de DNO debuterende Olga Peretyatko, het decor en belichting creëren de volkomen illusie van fijnegepenseelde Chinese tekeningen en oosterse mysterie.

De twee absoluut verschillende maar even illusoire werelden in een avond-voorstelling, het is ‘zó Stravinsky’.  Jammer dat De nachtegaal en andere fabels slechts acht voorstellingen telt. Ik zou deze operaproductie aan iedereen als ‘inleiding in Stravinsky’ adviseren. ©OlgadeKort/RMiN, 2012.

Advertenties