Tags

,

“Mijn verblijf in Amsterdam was voor mij alleen in muzikaal opzicht nuttig, voor mijn broekzak was het heel schadelijk”¹.

Vanuit een hotel in Keulen beschreef de 24-jarige Aleksandr Skrjabin zijn concerten in Amsterdam en Den Haag in januari 1896 als heel geslaagd. In Den Haag speelde hij tijdens de matinee van een ‘artistieke kring’, en in Amsterdam werd hij ‘gemarteld door allerlei aardigheden’. Ondanks de drukte (‘vandaag naar een theater, morgen – naar een concert’) vond hij toch nog tijd om een nieuwe Prelude te componeren.²

Tien jaar later ging het Skrjabin muzikaal gezien nog steeds beter dan financieel. Samen met zijn tweede vrouw Tatjana Schloezer bracht hij hun dochtertje Ariadna bij Tatjana’s Amsterdamse familie (Van Breestraat 145) onder en probeerde zelf zo veel mogelijk concerten in de Europese steden te organiseren.

De  uitnodiging om in Amerika te spelen kwam als geroepen. ‘Ik wil enigszins mijn materiele situatie regelen, want van het componeren te leven en ook op ondersteuning van vrienden te rekenen, is moeilijk’.³ 

Het afscheid van zijn gezin viel hem zwaar. Zelfs drie minuten voor het vertrek van de trein naar Rotter-dam was hij nog bezig om de kaart voor zijn vrouw op het station in Amsterdam te posten.

De reis naar Rotterdam verliep niet zonder avon-turen’. De bagage ging per abuis (fout van de toenmalige NS) met de andere trein mee. Dankzij een ‘heel aar-dige’ en gelukkig ook nog een Frans sprekende ‘Hollander’ lukte het de componist zijn bagage terug te vinden. ‘De Hollander’ begeleidde hem vervolgens overal naartoe en zorgde dat Skrjabin veilig op zijn schip aankwam. ‘Zonder hem zou ik helemaal verloren zijn geweest’, schreef de ge-ëmotioneerde Skrjabin in zijn eerste brief vanaf het schip. Over het varen maakte hij zich niet druk. Het schip ‘Ryndam’ van de Holland-Amerika lijn was ‘formidabel, enorm [en] heel comfortabel’.4 

Het enige waar Skrjabin zich nog zorgen over maakte, was de gezondheid van zijn vrouw en … het geld dat hij met haar in Amsterdam achterliet. Hij adviseerde Tatjana het geld aan haar Amsterdamse tante in bewaring te geven, samen met de schetsen van zijn Poème d’extase. En bij het uitbreken van brand moest Tatjana van hem op geen enkele manier riskeren om het manuscript te redden: ‘Laat liever 10 poëmen van extase sneuvelen dan dat jij je gezichtje verbrandt!’. De Poème kon wat hem betreft in vlammem opgaan, hij zou ‘nog duizend poëmen schrijven’ als zijn vrouw maar ongedeerd bleef…

citaten: A.N.Skrjabin. Brieven. Moskou: Muziek, 2003.
1. p.128: brief aan M.P.Beljajev, 22.01.1896, Keulen.
2. Prelude opus 11 nr.5 in D groot. Video YouTube: Heinrich Neuhaus, opname 1949.
3. p.431: brief aan A.K.Ljadov, 29.09.1906, Amsterdam, 145, van Bree Straat. 
4. p.439: brief aan T.F.Schloezer-Skrjabina, 18.11.1906, Rotterdam.